Risico gestuurd werken met SPI- en Risicokompas

Risico gestuurd werken met SPI- en Risicokompas

Voor wie al wat heeft gelezen in of gehoord over het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 weet dat de risico gestuurde aanpak daar een belangrijke plek in krijgt. Dit vanuit de gedachte dat wanneer je de risico’s kent en kunt verminderen, je ongelukken kunt voorkomen. Natuurlijk blijft er daarnaast aandacht nodig voor de aanpak achteraf, bijvoorbeeld op locaties waar nog steeds veel ongelukken voorkomen. Om risico gestuurd te kunnen werken heb je inzicht nodig in die risico’s en de daarvan afgeleide Safety Perfomance Indicatoren (SPI’s). Beide komen samen in een nieuw product: het SPI-kompas

Net als bij het verkeersveiligheidskompas, wat al bij een meerderheid van de gemeenten in Nederland in gebruik is, wordt het SPI-kompas samen met de gebruikers ontwikkeld. Het kompas is modulair opgebouwd. De gebruiker kan nu kiezen voor snelheidsinformatie, intensiteit en risico. Het unieke van het SPI-kompas is dat het niet gebonden is aan een specifieke dataleverancier. Met onze kennis van data kunnen we de meest geschikte bron inkopen, maar ook bij de opdrachtgever beschikbare data kan worden verwerkt. Voor intensiteiten kan gebruik worden gemaakt van gegevens uit een verkeersmodel of van tellingen. Ook kunnen intensiteiten geschat worden met floating car data.

In de provincies Noord-Brabant en Utrecht is het SPI-kompas met snelheden en intensiteiten actief. Naast inzicht in de V85 van de snelheid is er ook aandacht voor snelheidsverschillen. Ook die hebben immers een relatie met onveiligheid.

In Friesland deden we (samen met RHDHV) een pilot met twee gemeenten, Leeuwarden en Súdwest-Fryslân, om te komen tot een collegiale audit. Onderdeel daarvan was de vergelijking van het risico op verschillende wegtypen. Ontbrekende schakel in zo’n vergelijking was tot op heden de expositie: het aantal voertuigkilometers per wegtype. Natuurlijk kun je op basis van de ongevalsgegevens bekijken of je je moet richten op je 60 of 80 km-wegen. Maar hoe zit het dan met de functie die deze wegen vervullen? Zijn de 80 km-wegen in beheer bij gemeenten bijvoorbeeld massaal omgevormd in 60 km-wegen, zonder dat de hoeveelheid verkeer veel is veranderd? Of zijn de overgebleven 60 km-wegen alleen nog maar hele rustige plattelandswegen waar nauwelijks nog verkeer is? Eigenlijk kun je alleen maar antwoord geven op die vragen als je zou weten hoeveel verkeer er op al die wegen is: inzicht in de expositie dus.

Om op elke weg een indruk te krijgen van de intensiteit kan alleen big data een antwoord geven. Met behulp van floating car data kun je niet alleen reistijden en snelheden meten, maar krijg je (afhankelijk van welke dataprovider je kiest) ook een hoeveelheid waarnemingen (probes) meegeleverd. Aan het verkeersveiligheidskompas met alle ongevallen uit BRON werd een extra laag met een inschatting van de intensiteit toegevoegd. Op die manier is het mogelijk om voor beide gemeenten uit te rekenen wat de verhouding is tussen het aantal geregistreerde letselongevallen bij een bepaald snelheidsregime en de voertuigprestatie (uitgedrukt in miljarden voertuigkilometers: dit is een veel gebruikte risicomaat. Door rekening te houden met het verschil in gebruik van navigatiesystemen op verschillende typen wegen ontstaat een bandbreedte in het risico. Voor de twee gemeenten ziet dat er als volgt uit:

Het risico wordt automatisch uitgerekend voor elke wijk van een gemeente. Op die manier kan bijvoorbeeld ook het risico in de ene wijk worden vergeleken met het risico in de andere wijk. Dat maakt het stellen van prioriteiten eenvoudiger.

De komende weken deze risico-maat uitgerold over heel Friesland.

NB: Inmiddels hanteren we voor de toepassing van deze risico-maat de term Risicokompas. Deze wordt in de tweede helft van 2019 uitgerold in een groot aantal provincies.